Jan Versluis heeft met de Ferrari 458 GT2 zijn eerste overwinning in de Super GT-divisie van de Supercar Challenge gescoord. De race stond bol van incidenten. Tweemaal kwam de safety car de baan op, waarbij de laatste safety car na een zware crash van Cor Euser ruim een kwartier buiten bleef. Door waarschijnlijk weigerende remmen schoot Euser, op dat moment koploper in de wedstrijd, hard rechtdoor in de ziekenhuisbocht. Euser klom zelf uit zijn zwaar beschadigde Marcos, maar werd wel meteen overgebracht naar het medisch centrum. Bert Longin en Franz Lamot werden knap tweede, voor Alex van ’t Hoff en Diederick Sijthoff. In de GT-divisie ging de overwinning naar Barry Maessen en in de GTB-divisie pakte Kees Kreijne in de laatste ronde de eerste plaats.

Bij de start van de race leek het er even op dat de rijders verrast zouden worden door een regenbui. In de opwarmronde begon het namelijk te druppelen, maar de regen zette daarna niet door. Robert de Graaff had een zeer goede start en pakte meteen de eerste positie, voor Cor Euser en Rick Abresch. De Viper-coureur kon in de eerste ronde meteen een voorsprong opbouwen van een paar seconden, maar zag die seconden teniet worden gedaan door een vroege safety car situatie. Die safety car situatie ontstond omdat Carlo Kuijer zijn Divitec SF11 met een grote rookpluim stil had gezet op het rechte stuk. De motor van de auto bleek kapot, waarna de auto weggesleept moest worden.
 
Bij de herstart van de race was Robert de Graaff wederom goed weg, maar kon Cor Euser na een paar ronden toch aandringen. De Marcos-coureur slaagde erin om de Viper van De Graaff voorbij te gaan, waarna De Graaff het aan de stok kreeg met Milko Tas, Rick Abresch en Diederik Sijthoff. Van dit drietal viel Abresch na een paar ronden weg, omdat Sijthoff de Corvette van Abresch bij een inhaalactie in de rondte tikte. Sijthoff drong daarna flink aan bij De Graaff, maar die maakte zich lang breed waardoor het Sijthoff in eerste instantie niet lukte om aan de Viper voorbij te gaan. Lachende derde bij dit gevecht werd Jan Versluis, die in de eerste bocht kon profiteren en beide bolides voorbij kon gaan. Hierna kon De Graaff zijn derde positie toch niet behouden. Eerst kon Diederik Sijthoff hem voorbij, en ook Milko Tas en Bert Longin konden aan de Viper voorbijgaan.

Cor Euser lag op een solide eerste positie voorafgaand aan de pitstops, maar zag die positie in de ziekenhuisbocht volledig in rook opgaan. Door waarschijnlijk een remprobleem schoot Euser rechtdoor en eindigde hij met zijn Marcos LM600 hard in de bandenstapels. De Marcos stond helemaal in de banden geparkeerd en vatte zelfs kortstondig vlam, maar Euser slaagde er wel in om zelf uit de auto te klimmen. Hierna werd de coureur ter controle overgebracht naar het medisch centrum. Het eerste bericht was dat Euser bij kennis was en alles kon bewegen, maar wel veel rugklachten had. Op moment van schrijven wordt de coureur nog verder onderzocht, en worden er onder andere foto’s van zijn rug gemaakt.
 
Door de crash van Euser kwam de safety car wederom de baan op, maar omdat dit tijdens de pitstops gebeurde zorgde dat voor enige verwarring. Zo werd door de safety car niet de leider in de wedstrijd opgepikt, waardoor een drietal coureur een ronde voorsprong kregen ten opzichte van de rest. Dit waren Jan Versluis, Alex van ’t Hoff en Franz Lamot. Onder andere Roger Grouwels, Berry van Elk, Ardi van der Hoek en Philippe Ribbens waren hiervan de dupe. Bij de herstart van de race kon Jan Versluis zijn eerste positie in de race behouden en verder uitbouwen. Daarachter leek Alex van ’t Hoff op een zekere tweede positie af te stevenen, maar hij kreeg van de wedstrijdleiding een drive through omdat teamgenoot Diederik Sijthoff in de ogen van de wedstrijdleiding te ruw had gereden. Hierdoor kwam de tweede positie in handen van Franz Lamot.

De strijd om de vierde positie was in de slotfase nog zeer spannend. Die was namelijk in handen van Roger Grouwels, maar hij had de hete adem van Philippe Ribbens in zijn nek. Grouwels deed verwoede pogingen om de ETEC-Viper voor te blijven, wat goed te zien was aan het vele verremmen van de Mosler. Toch kon Grouwels zijn vierde positie niet behouden, want met nog een paar minuten te gaan moest hij zijn auto met een kapotte wielophanging langs de kant parkeren. In de laatste ronden voelde Ribbens nog de hete adem in zijn nek van Rick Abresch en Berry van Elk, maar zij slaagden er niet meer in om de vierde positie van de Viper-coureur af te pakken. De overwinning in de race was voor Jan Versluis, voor het duo Longin/Lamot en Sijthoff/Van ’t Hoff.

In de GT-divisie van de Supercar Challenge had Barry Maessen een goede start. De Viper-coureur kon meteen Ron Marchal voorbij, die achter zich aan Simon Atkonson en Jerry de Weerdt kreeg. Vanuit het achterveld reed Jan van der Kooi snel naar voren. Maessen kon de eerste ronden uitlopen op zijn concurrenten, en had bovendien geluk dat Ron Marchal zijn Aston Martin al vroeg in de wedstrijd met technische problemen in de pitstraat moest parkeren. Ook Jerry de Weerdt kende problemen, bij zijn Viper waren er problemen met de remmen. Bovendien kwam Jan van der Kooi na zijn goede start vast te staan in de grindbak. Na de tweede safety car situatie en de pitstops waren de rollen omgedraaid. Nu was het Bert de Heus die de eerste positie in handen had, voor Lamborghini-coureur Simon Atkinson en Barry Maessen.

Barry Maessen slaagde er na de pitstops in om Atkinson in te halen, en reed daarna richting koploper Bert de Heus. Bert de Heus leek desondanks een zekere eerste plaats in de wacht te slepen, maar verloor door schakelproblemen twee posities. “De auto schakelde niet terug, waardoor ik me verremde. Hierdoor konden de andere rijders mij inhalen”, aldus De Heus. Barry Maessen kreeg dus de eerste positie in de schoot geworpen, en Simon Atkinson eindigde op een mooie tweede positie.
In de GTB-divisie had Carlo Kuijer geen goede start van de race. Zoals al eerder gemeld viel zijn auto na de eerste ronde stil met een grote rookwolk. Bij inspectie bleek de motor te zijn opgeblazen, waardoor voor Kuijer de race snel ten einde was.

 
Jacky van der Ende lag na de eerste safety car situatie op de eerste positie, maar hij stond onder zware druk van Werner van Herck. De Mazda-coureur kon lange tijd Van der Ende volgen, maar moest de strijd door technische problemen na de beginfase staken. Van der Ende zat hierna op rozen, en werd bovendien geholpen door de safety car situatie. De op de tweede plaats liggende Kees Kreijne was namelijk de eerste auto die opgepikt werd door de safety car, waardoor Jacky van der Ende een voorsprong van een ronde in de schoot geworpen kreeg. Kreijne kon bij de herstart zijn tweede positie behouden, en zag in zijn spiegels dat Daan Meijer fel in gevecht was met Charlie Frijns. Frijns slaagde erin om Meijer voorbij te gaan, waarna Meijer het aan de stok kreeg met Erol Ertan.  Aan de kop van het veld leek Jacky van der Ende onbedreigd naar de overwinning te rijden, maar in de laatste ronde bleek de pechduivel in de BRL mee te rijden. De koppeling ging namelijk kapot, waarna Van der Ende zijn auto uiteindelijk in de allerlaatste chicane langs de kant moest zetten. Van der Ende zag zijn eerste positie hiermee in rook opgaan.

Kees Kreijne pakte hierdoor de eerste positie, voor Rob en Charlie Frijns. In de laatste ronde pakte Erol Ertan nog de derde positie, maar Daan Meijer was na afloop van mening dat hij op de derde plaats had moeten eindigen. “Erol Ertan haalde me in de laatste ronde in onder geel, dus volgens mij klopt deze uitslag niet!” De wedstrijdleiding oordeelde echter anders, waardoor Ertan zijn derde positie mocht behouden.

Tekst: PR

9934227
Vandaag
Gisteren
Deze week
Afgelopen week
Deze maand
Afgelopen maand
All days
1646
2708
21285
9885139
89626
147943
9934227

Vrienden van NoSpeedLimits.nl

iCagenda - Calendar

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Ga naar boven